Kernuitspraken
- We willen een gemeente zijn die geworteld en gegrond is in de Bijbel. De Bijbel is voor ons betrouwbaar en gezaghebbend in alle situaties van ons persoonlijk leven, van ons gemeentelijk leven en van ons maatschappelijk leven.
- We weten ons gebonden aan de gereformeerde belijdenissen.
- We voelen ons verbonden met christenen in Nederland en daarbuiten. In ons eigen land weten we ons door God geplaatst in de Protestantse Kerk in Nederland. Binnen deze kerk rekenen we ons tot de zgn. gereformeerde bondsmodaliteit, zonder dat we daarmee het zicht op de hele kerk willen verliezen. Samen met anderen willen we de kerk aanspreken vanuit de grondslag en de belijdenis van onze gemeente.
- We bevestigen geen homo-huwelijken, laten geen kinderen toe aan het Heilig Avondmaal en bevestigen geen vrouwen in het ambt.
- De kern van het ware christelijke leven is een doorleefd geloof. Alle activiteiten die binnen de gemeente plaatsvinden, hebben ten diepste tot doel dit doorleefde geloof te wekken en te versterken. Op die manier mogen onze activiteiten tot eer van God zijn.
- We streven naar een evenwichtige, appellerende prediking. Dit betekent dat zaken als 'wet en evangelie' of 'Gods soevereiniteit en de verantwoordelijkheid van ons mensen' of zonde en genade in een Bijbels evenwicht aan bod komen. De prediking van het Evangelie gaat gepaard met de oproep tot geloof in de Heere Jezus Christus en de oproep tot bekering.
- We beseffen dat ook in het gemeenteleven het hoogste gebod is: 'Gij zult liefhebben de Heere, uw God, met geheel uw hart, en uw naaste als uzelf'. Daarbij realiseren we ons dat de gemeente een eenheid is in verscheidenheid. We benadrukken niet wat de verschillen zijn, maar we benadrukken wat ons samenbindt binnen de grenzen van de Bijbel en de belijdenis.
- We willen zoveel mogelijk jongeren en ouderen met de hun geschonken gaven inschakelen voor de opbouw van de gemeente.
- We streven naar een open communicatie met iedereen in binnen de gemeente en waar mogelijk ook met mensen buiten de gemeente.
- We beseffen dat we al deze voornemens niet in eigen kracht kunnen volbrengen, maar dat we daarin afhankelijk zijn van de Heere God. Dat besef maakt ons niet lijdelijk, maar dringt ons temeer tot een voortdurend gebed voor de gemeente en een voortdurend pleiten op Gods beloften, omdat Hij gezegd heeft: ' De poorten der hel zullen Mijn gemeente niet overweldigen', en 'Ik ben met u tot het einde der dagen'.